monique de greef logo

Schaamte

augustus 2021

Ik schaam me. Ik schaam me voor mijn impulsiviteit. Ik heb Marloes gevraagd om mijn website te bouwen. Ik heb een ontwerp in PowerPoint gemaakt en heb afgelopen maandag wat fotobestanden van schilderijen, tekeningen en paneeltjes die ik heb gemaakt naar haar toegestuurd. Dat is het. Wat ze tot nu toe gemaakt heeft bevalt me. Ik vind het mooi worden. Het zet me aan het denken. Wat wil ik met mijn website? Wat heb ik te vertellen? Wie is mijn doelgroep? Waarom wil ik überhaupt een website? 

En daar zit mijn schaamte. Een normaal mens gaat toch eerst uitdenken wat de antwoorden zijn op bovenstaande vragen voordat zij aan zo'n project begint? Ik niet. Ik geef mijn geld nauwelijks uit, behalve aan schildermaterialen en wat persoonlijke dingen heb ik nauwelijks behoefte aan spullen.

In mijn binnenste, in de holte tussen mijn ribbenkast, klopt een verlangen. Niet om naar Italië of Spanje te gaan, niet om een dure auto te bezitten, niet om restaurants te bezoeken. Het is een verlangen om zicht te krijgen op dat wat mij ten diepste beweegt. Om het naar het daglicht te brengen. Om dat wat in mij verborgen ligt in de wereld te zetten. Om de kunstenares en schrijfster die zich angstvallig in mij verschuilen een podium te geven. Ik weet niet of ze het waar gaan maken. Ik weet niet of ze de moed hebben om de kans die ik ze geef te grijpen. Ik weet niet welke beelden, welke woorden ze de wereld te bieden hebben.

Ik weet alleen dat ik mijn schaamte wil overwinnen. Dat ik de moed wil hebben om mijn masker van aangepastheid, mijn schild tegen de wereld, mijn angst voor hoongelach, mijn beduchtheid voor kwade reacties en welke spoken er nog meer in mij rondwaren, het hoofd wil bieden om ze een kans te geven. Dat ik mijn beren op de weg verwen en behandel alsof het teddyberen zijn, zodat ze geen hindernis vormen.

Er zijn dagen dat ze als wilden tegenspartelen en ik al mijn energie nodig heb om ze moederlijk tot bedaren te brengen. En er zijn dagen dat ze hun hongerige muilen in mijn lichaam planten en me lijken te verscheuren. Er zijn dagen dat ze als mamaberen op de loer liggen om mij onverhoeds te overvallen.

Daarom schaam ik me. Ik wil sterker zijn, moediger, volhardender.

Daarom ben ik zonder vooropgezet plan aan mijn website begonnen. Omdat, zoals de schrijfster Clarrisa Estés het zo mooi verwoordt: ‘I love my creative life more than I love coöperating with my own oppression’. 

Ik schaam me omdat ik niet in het hokje paste dat de maatschappij voor me had klaargezet: atheneum, studeren, een baan met aanzien. Mijn weg was er een langs de randen van beschaving. Als een toeschouwer keek ik vol ongeloof toe hoe mensen vol overtuiging hun leven speelden.

Ik was jaloers op het gemak waarmee ze zich leken te schikken in hun zelfgenoegzaamheid. Ik schaamde me omdat ik dat wat normaal leek afkeurde als begerenswaardig. Ik verwenste mezelf omdat ik de regels van het spel maar niet onder de knie kon krijgen. Ik voelde me zo dom, dat ik het liefst wegkroop in de beschutting van mijn eigen holletje. Daar bracht ik mijn tijd door in een vagevuur van gewetensvragen. 

Daar stopte ik met gebalde vuisten mijn oren dicht tegen de buitenwereld om een trilling op te vangen van het licht dat leefde in de ruimte van mijn universum. Zij was lichtjaren ver weg. Uit mij weggeknald toen de onschuld van mijn zevenjarige zelf geweld werd aangedaan. Met mijn oren dicht ving ik, als een ruimte antenne, enkel die minuscule trilling op.

In mezelf wegduiken om haar te ontdekken, om haar naar me toe te lokken, om haar te leren kennen, om haar vast te houden en om eindelijk onvoorwaardelijk van haar te houden, werd mijn levensdoel.

Het heeft lang geduurd. De tocht heeft rimpels in mijn ziel en plooien in mijn huid nagelaten. Er zijn periodes geweest dat ik dacht voor altijd te zullen verdwalen in de duisternis van mijn heelal. Er zijn dagen geweest om juist dat te verlangen.

Het is een stille strijd geweest. Eentje die ik vaak kon weglachen omdat ik niet eens besefte dat hij gaande was en ik in zalige onwetendheid golfde op de tijd van alledag.

Een strijd tegen een vijand die zich nog altijd verborgen houdt aan de randen van mijn blikveld. Hij heeft geen naam. Hij heeft geen gezicht. Hij is gewichtloos. Hij is mijn grootste angst. Jarenlang was ik voor hem op de vlucht. Voelde ik zijn hete adem in mijn hals. Struikelde ik achteruit, wegvluchtend van mijn toekomst.

Men zei dat ik geen ambitie had en was blind voor mijn gevecht. Ik neem niemand iets kwalijk. Ik hield me stil want er waren geen beelden, er waren geen woorden om hem aan te duiden. Hij voedde zich met mijn energie. Men zei dat ik lui was. Men zei dat ik geen doorzettingsvermogen had. Ik verwijt ze niets. Het is mijn verantwoordelijkheid. Mijn leven. Mijn bestemming. 

Ik ben aan deze website begonnen omdat ik eindelijk in staat ben om uit mijn navelstaarderij te komen. Eindelijk zo vrij om nieuwsgierig om me heen te kijken, eindelijk zo vrij om te ontdekken of ik iets te bieden kan hebben, eindelijk zo vrij om het woord tot jou te richten.

Ik schaam me om het te vragen, maar ik doe het lekker toch: 'Wil je me volgen?'

Schaamte

september 2021

Nu het hoge woord eruit is, is het tijd voor wat meer nuance. Want zo werkt dat bij mij.

Een emotie bouwt zich op in mijn binnenste. Waart rond, pulkt aan mijn zenuwen, knaagt aan mijn geweten, hamert in mijn hoofd. Losschudden is onmogelijk. Woorden om het te beschrijven incoherent.

Ik zwijg daarom en de emotie voedt zich met mijn ongemak en irritatie totdat ik losbarst. Het hoge woord is fel en ongenuanceerd, maar nu het er uit is, daalt er een rust neer die ruimte biedt aan meer kleurschakeringen.

 Do the thing you fear most and the death of fear is certain’ aldus Mark Twain

Het lijkt alsof deze uitspraak ook voor schaamte geldt. Doe waar je je het meest voor schaamt en de schaamte verdwijnt.

Het heeft me jaren gekost om aan deze website te beginnen. Angst weerhield me. De angst of ik wel goed genoeg was, de angst om mezelf bloot te stellen aan de wereld, de angst voor het staan voor wie en wat ik ben. Schaamte dat ik niet meer, beter, anders was.

Ik vergeleek mezelf met anderen, zag dat zij iets konden dat ik nooit zou kunnen en kroop weer in mijn schulp. Mezelf bestraffend dat ik niet aan hun kon tippen.

In mij bevond zich zowel een uitvoerende als een rechterlijke macht en die twee waren in een constante strijd met elkaar. Als ik bezig was iets te schilderen of te schrijven kwam ik in een flow van creatie terecht waaruit ik soms uren later ontwaakte. De roes van mijn handelende zelf humde nog even door, maar werd gaandeweg overstemd door de stem des oordeels. Die kleineerde en veroordeelde mijn creatie. Voorzag het van een kritiek waar ik niet tegen opgewassen was. Wat ik gemaakt had borg ik weg in de kast van niet goed genoeg.

Ondertussen knaagde de zelfverachting.

Complimenten van anderen drongen niet tot mij door. De opperrechter in mijn hoofd was machtiger dan welke buitenstaander dan ook. Hij (ik weet niet waarom ik hem jarenlang als man aanduidde) zat op zijn troon. Nam een ruimte in waar ik zelf de regie niet over had. Manifesteerde zich als een kracht waartegen ik bij voorbaat niet opgewassen was.

Jarenlang heeft hij mij geregeerd. Voerde hij zijn schrikbewind uit over alles wat ik deed.

Wat is er veranderd?

Het simpelste antwoord: Mijn leeftijd. Mijn hormonen.

Nu ik eindelijk door de overgang ben, een periode die zo'n tien jaar heeft geduurd en me emotioneel behoorlijk door elkaar heeft geschud, voelt het alsof de verhoudingen in mijn hoofd zijn veranderd. Het ontzag en de angst voor de opperrechter die me met zijn scherpe blik en snerende woorden veroordeelde, is geluwd. Steeds meer wordt hij de Oz uit 'The wizard of Oz'. Het mannetje dat zich hult in een schaduw van macht.

Ik loop niet meer voor hem weg. Ik sla mijn handen niet meer voor mijn ogen om aan zijn blik te ontkomen. Ik heb mijn rug gerecht. Mijn hoofd geheven. Mijn gezicht vragend naar hem opgericht.

Ik heb gezien dat hij zich opblaast vanuit een vermeend idee mij te moeten helpen, te beschermen. Hij is oud geworden. Zijn handen beven en zijn stem overtuigt niet meer. Zijn tijd lijkt voorbij. Ik heb hem bedankt voor zijn inzet. Hij heeft me sterk gemaakt. Gehard tegen de buitenwereld.

Geslepen en gepolijst zodat ik eindelijk kan gaan schitteren.