monique de greef logo

Poëzie

Huwelijksaanzoek

Ja, ik wil                                            

Of wil ik niet?                                    

Als antwoord op je vraag

Ik kan er heus echt niets aan doen

’t is hoe ik me voel, vandaag

 

Ja, ik heb

Of heb ik niet?

Hier heel lang op gewacht

Maar dat je het juist nu moet vragen

Dat had ik niet verwacht.

 

Ja, ik vind

Of vind ik niet?

Ons een geweldig paar

Maar een leven lang tezamen zijn…..

Dat voelt toch wel heel raar

 

Ja, ik weet

Of weet ik niet?

Dat jij echt houdt van mij

Maar helaas, op dit moment

Maakt dat me niet erg blij

 

Ja, ik voel

Of voel ik niet?

Dat ik ook van je hou

Maar verlang ik daardoor ook

Een toekomst als je vrouw?

 

Ja, ik hoop

Of hoop ik niet?

Dat het er van zal komen

Dat we voor altijd samen zijn…

Of blijf ik liever dromen?

 

Ja, ik ben

Of ben ik niet?

Er heel erg zeker van

Ik ben de juiste vrouw voor jou

Maar jij de juiste man?

 

Ja, ik mag

Of mag ik niet?

Echt heel graag bij je zijn

Maar zoals je nu dus naar me kijkt

Dat voelt toch echt niet fijn

 

Ja, ik zie

Of zie ik niet?

Je gezicht ietwat verstrakken

Het zal ook weer eens niet zo zijn

Twijfel heeft je al te pakken!

 

Ja, ik snap

Of snap ik niet?

Dat je duidelijkheid wilt krijgen

Maar het werkt totaal niet goed

Als je begint te dreigen

 

Ja, ik ga

Of ga ik niet?

Je nu mijn antwoord geven

Eerst nodig nu naar het toilet

Wacht je hier nog even?

 

Ik voel me goed

Nee, toch niet echt

Het is vandaag de dag

Let maar even niet op mij

Ik draag de rode vlag.

Een meisje

Langs platgereden asfaltwegen, kwam ik laatst een meisje tegen

haar haar zat klitterig in elkaar, haar voeten waren bloot

ze was niet meer dan twaalf jaar, haar kleding was te groot

 

In haar hand had zij een pil, volmaakt ovaal en geel

de vervulling van haar droom, haar laatste levenswil

 

Ik weet niet meer hoe ik moet lachen zei ze met een zucht

Kijk toch naar die grauwe wolken en die vuile lucht

Onschuldig was ik, hoopvol ook, maar mijn dromen

zijn bezweken. Door het gebrul van zwaar verkeer

en psychische gebreken

Die klemmen om mijn ogen heen, waardoor ik steeds

moet kijken. Naar sprankjes groen en sprietjes hoop

die onder puin bezwijken

 

Ik krijg geen lucht meer snikte zij, de zuurstof is verdwenen

Haar handen grepen naar haar keel, ze trilde op haar benen

 

Zonder verder op te kijken

stopte ze het pilletje in haar mond

slikte het toen kurkdroog in

staarde roerloos naar de grond

 

Haar blik versplinterde op de berg van plastic en van vuil

Heel voorzichtig droeg ik haar naar een ondiepe kuil

 

Ik fluisterde het spijt me,

ik heb niets te bieden, meisje lief

Enkel een in smog gehuld grauw toekomstperspectief

 

Mijn mond trok strak, mijn handen trilden

door het eindeloos geweld

waarmee met onverschilligheid het leven wordt geveld

 

Ik liep verder langs gekapte dromen

en meanderende oliestromen

 

Ik weet niet eens haar naam

Geboorte

Wiegwuivende deining van welige wieren

zachtgolvend vibreren gebeden

gesluierde moeders, in aarde gewijd

schommelen, schalmen, scanderen

 

De roep van de baring doorrimpelt de tijd

de slag van de trommels pulseert

omarm het ritme, koester de strijd

van schepping die mystificeert

 

Laat gaan nu het galmen

aan schemer voorbij

het leven roert zich in de bronnen

de weeën, de meeuwen, de zeeën het zilt

in zwoegende zuchten ontgonnen

 

Het eerste ontwaken, dat prille geluid

het schrille gekrijs in de morgen

als nevels ontstijgen

het brak van het land

wordt hulpeloosheid geborgen

Koopdrift

In de supermarkt bieden

zeurend zuigende dozen

van minder voor meer

zich pulserend aan

op zorgvuldig uitgedachte paden

van versgebakken brood

en doorsnee week

makende muzak

 

Verleiden de achter

zwenkende wielen aankruiende

telefoonanerende corpulent

tot het doen van aankopen,

aanbiedingen, aan

waanzin grenzende behoeftebevrediging van

iene miene mutte pakjes poederaardbeien

 

Vleeswaren liggen in glanzend folie,

felroze wachtend om 

verzwolgen te worden door gezwollen

tassen bloemrijk nylon in strakke leggings

 

In verantwoord hennep

gewikkelde dames ontwijken plofkippen om

in botergras gelegde eitjes van

minuscuul formaat

omzichtig te betasten

met van manicuur druipende vingers,

ondertussen botox lachend naar de filiaalmanager

die zijn zongebruinde glimlach zonder korting

aanbiedt, als ware het lente

 

Eurostukken op lokkende stelten

verdwijnen in het schap met kant

en klare maaltijdmix en ik,

ik reik naar waren buiten het bereik

van mijn losgetornde beurs in dit

Walhalla van goed-koopuleren

Tijd splijt

Verliefdheid op populariteit zorgt voor ambiguïteit over

de eigen persoonlijkheid, veroorzaakt strijd tussen privé en

openbaarheid waarbij eenzaamheid leidt tot naaktheid

die zonder meedogendheid online wordt verspreid

 

Bescheidenheid raakt overwoekerd door superioriteit die leidt

tot strijd tegen een autoriteit die door zwalkend beleid haar

overwicht kwijt raakt aan excuses en halfhartigheid

 

Met opgewektheid wordt groene energie verspreid door de yup die,

met zijn bedje gespreid, zijn geld verslijt aan een auto die rijdt

op gepromote zuinigheid waar Tesla bij gedijt

 

De spontaniteit van ironie en absurditeit wordt in de kiem gesmoord

door agressiviteit gespuid in de anonimiteit van een virtuele

werkelijkheid die door virus besmet nep nieuws verspreidt

 

Onbeweeglijkheid gecombineerd met gulzigheid veroorzaakt

zwaarlijvigheid terwijl obsessiviteit met lichamelijkheid

die magerheid als schoonheidsideaal bepleit

tot eetstoornissen leidt 

 

De medeplichtigheid van de overheid aan sociale zekerheid die

zonder barmhartigheid gezinnen splijt, zorgt voor een kwetsbaarheid

zonder oog voor menselijkheid uit naam van de rechtszekerheid

 

Tevergeefs pleit de red-het-milieu-strijd voor duurzaamheid terwijl alles

steeds sneller slijt door een gebrek aan kwaliteit en schaarsheid

al probeert een groeiende minderheid milieuvriendelijkheid als

nieuw aankoopbeleid

 

En terwijl Zijne Majesteit zijn tijd verbeidt met de jacht op wildheid

trekken mensen zich terug in afgezonderdheid waar ze met gelatenheid

en vervuld van spijt denken aan een verleden vol komkommertijd